OMD2021
Menu

Nyanga Weder danst de banya op het dak van De Nieuwe Boompjes

Nyanga Weder danst de banya op het dak van De Nieuwe Boompjes

Nyanga Orecia Avalaisa Weder – Orecia naar haar grootmoeder – is een Rotterdammer van Afro-Surinaamse afkomst. Al op jonge leeftijd was ze zich bewust van verschillen. Verschillen in de stad, verschillen in persoonlijkheden en uiterlijkheden. De zoektocht naar haar wortels leidde tot een beter begrip van zichzelf, haar plek in de stad en de historie ervan. Ze eert haar voorouders door de banya te dansen op het dak van monument De Nieuwe Boompjes.

Het historische besef waaraan Nyanga nu continu werkt, miste ze in haar kinderjaren. Hoe kwam het dat ze in Rotterdam woonde als niet-witte Nederlander, terwijl ze hier geboren is? “Al in mijn jeugd merkte ik dat ik als ‘de ander’ werd gezien, terwijl Rotterdam toch echt mijn thuis is. Ik hield erg van dansen en deed vanaf jonge leeftijd aan klassiek ballet. Vlak voor een uitvoering – we dansten Oliver Twist in Theater Zuidplein – keek ik om me heen. Van iedereen zat het haar ‘strak’ in een knotje, maar dat van mij wilde niet plat en glad zitten. Ik kon mijn gevoel daarover niet goed uiten, ook niet bij mijn ouders.” Op haar achtste ging haar eerste spreekbeurt over de slavernij en Suriname. Ook op het vwo mocht ze er in de vijfde een les over geven, na veel geklaag over een gebrek aan voorlichting over dit onderwerp bij de conrector. “Waarom leren we niet op school dat hier zoveel Afro-Surinamers zijn vanwege de slavernij, of zoveel Turkse en Marokkaanse mensen vanwege de vraag naar gastarbeiders in de jaren zestig en zeventig? Geschiedenis is zo belangrijk, het stelt je in staat om verbanden te leggen.”

Deze plek aan de Boompjes is verbonden aan een Rotterdamse geschiedenis die verklaart waarom ik hier ben, als vrije nazaat in de diaspora én als Rotterdammer

Nyanga’s oma kwam naar Rotterdam in de jaren vijftig. Ze hielp met de wederopbouw van de stad na de Tweede Wereldoorlog, werkte als verpleegkundige in het Dijkzigt en leerde Nyanga’s opa kennen. “Tegen de migratiestroom in zijn ze samen met hun dochters terug naar Suriname gegaan, om het toen net onafhankelijke land op te bouwen.” Nyanga’s moeder keerde terug voor een studie in Rotterdam en nam Nyanga’s vader mee. Zij werd hier een paar jaar later geboren. Achttien jaar later, bij de start van haar studie Cultuurwetenschappen aan de Erasmus Universiteit, ervaarde ze een cultuurshock in eigen stad: ze miste haar eigen kleur in de collegezalen. “Ik groeide op in het centrum en ging naar het Citycollege, een van de meest gekleurde havo-vwo scholen van de stad. Míjn Rotterdam was gekleurd, maar nu zag ik opeens een stad die ik niet herkende.” Nyanga vervolgde haar studie in Amsterdam, waar ze al snel actief was in de culturele sector daar. “Die omgeving voedde mij meer, maar mijn liefde voor Rotterdam bleef, net als de wil om op dit punt iets aan de stad toe te voegen.” Ook het dansen bleef lonken: tijdens Keti Koti was Nyanga steevast op een podium te vinden. Ze kwam in contact met een jongen die awasa les gaf, dansstijl van de marrons. “Na een tijdje vormde ik met drie anderen een dansgroep. We integreerden ons Rotterdams-zijn in die Afrikaanse dansvormen, ik bijvoorbeeld door er mijn ervaring met ballet en turnen in te verwerken.” Zo verweefde Nyanga haar verleden met haar heden, haar familiaire geschiedenis met haar Rotterdamse erfenis.

Voor Open Monumentendag Rotterdam danst Nyanga op het dak van De Nieuwe Boompjes, sinds 1990 een gemeentelijk monument. Bovenop het pand staat een smal paviljoen met koper gedekt tentdak en glazen wanden die zicht geven op de Maas en de stad. Dit voormalige bijkantoor van De Nederlandsche Bank was het eerste gebouw dat na het Rotterdamse bombardement van 1940 werd herbouwd, op de plek waar vroeger een groots kantoor en pakhuis van de VOC stond. Dit was ooit de plek van aankomst en vertrek voor de Rotterdamse koloniale handel en vanaf deze plek breidde de stad uit met diverse havens. “De banya is een vorm van voorouderverering die je danst in een koto, Afro-Surinaamse klederdracht.” Ze danst, met schuifelende, achterwaartse bewegingen. Achter haar is het water van de Nieuwe Maas te zien. Dit was ooit de plek van aankomst en vertrek voor de Rotterdamse koloniale handel. “Deze plek is verbonden aan een nog redelijk onbekende Rotterdamse geschiedenis die verklaart waarom ik hier ben, als vrije nazaat in de diaspora én als Rotterdammer.”