Open Monumenten dag Rotterdam
Mens & Monument

Voor Loes betekent het Patrimonium’s Hof een half leven aan herinneringen

Welke band hebben mensen met de monumenten om hen heen? Loes is in de eerste plaats dankbaar voor ruim dertig mooie jaren wonen in het Patrimonium's Hof.

Voor Loes betekent het Patrimonium’s Hof een half leven aan herinneringen
Eric Fecken

Loes Schuch groeide op in Rotterdam-Zuid en kreeg in 1988 haar allereerste huisje toegewezen in het Patrimonium’s Hof. Hier bouwde ze haar volwassen leven en een netwerk op, sloot ze vriendschappen en maakte mooie herinneringen. Het afscheid van ‘haar’ hofje komt sneller dan gehoopt en betekent voor Loes ook een afscheid van Rotterdam. Toch is ze er nuchter onder, geen spoortje rancune te bekennen. Dankbaarheid voert de boventoon, voor alle mooie herinneringen. Dát pakt niemand haar af!

Huis met hofzicht

Toen Loes – opgegroeid in Rotterdam-Zuid – haar eerste eigen woning zocht op haar 27e, kreeg ze bericht over het Patrimonium’s Hof. Er was een benedenwoning beschikbaar. “Het was piepklein, maar gezellig. Ik woonde er een paar jaar toen ze het hof renoveerden, in 1992.” Oorspronkelijk waren er 168 kleine boven- en benedenwoningen, in 1915 gebouwd voor havenarbeiders. De woningnood in Rotterdam kwam rond 1913 op een hoogtepunt en daarom werd hier de eerste woningbouwvereniging opgericht door het Werklieden Verbond Patrimonium. Zij bouwden het Patrimonium’s Hof: een zeer modern hofje voor die tijd en tevens een monument van de volkshuisvesting. Tijdens de renovatie werden woningen samengevoegd en keerde Loes vervolgens terug naar een grotere bovenwoning. Daar woont ze nu nog steeds. “Vanuit mijn raam kijk ik uit over het hof, eigenlijk heb ik het mooiste uitzicht.”

Ruim dertig jaar aan dankbaarheid

Ze belt aan bij de benedenbuurman, Aad van Leeuwen. Hij beheert de sleutel van het hek dat toegang geeft tot het centraal gelegen perk van het hof. Het duurt even voor de deur opent. “Lag je nou nog te maffen, Aad?!” Net als Loes groeide Aad op in Rotterdam. “Ik woon sinds 1968 in deze buurt, ruim 52 jaar. In die tijd kon je slecht aan een woning komen, maar gelukkig woonde mijn grootmoeder hier. Zij heeft voor mij bemiddeld en zo heb ik dit huisje te pakken gekregen. Het hof was toen nog in beheer van het Patrimonium.” Aad stichtte er zijn gezin en wil eigenlijk niet vertrekken. “Als het aan mij lag, dan had ik hier mijn tijd uitgediend. Nu wil ik naar Portugal, daar woont mijn dochter.” Loes is ook zoekende. “Ik krijg urgentie en een geldbedrag mee, maar mijn nieuwe woning zal helaas niet in Rotterdam staan. In Barendrecht heb ik nu een optie en ik ben bezig met iets in Ridderkerk.”

“De grote kerstboom op de binnenplaats versierden we in december samen”

Na de oplevering in 1915 was de huurprijs voor een woning in het hof 1,95 tot 3,10 gulden per week. Nu, ruim een eeuw later, staat het hofje op het punt van transformatie. Woningcorporatie Vestia heeft een renovatie gepland, waarna de woningen op de markt terugkeren als vrije sector huurwoningen. Loes: “Wat ik vooral jammer vind is dat dit is gebouwd voor havenarbeiders, voor het gewone volk, en dat het juist voor hen straks niet meer beschikbaar is.” Toch weegt dit niet op tegen alle mooie herinneringen, vertelt Loes stellig. “Tien tot vijftien jaar geleden organiseerden we thema-avonden, barbecues en was het hier totaal oranje tijdens EK- en WK-wedstrijden. We hadden een grote kerstboom op de binnenplaats, die versierden we in december samen. Dat doen we al een tijd niet meer. Ik heb er ook geen zin meer in. Sommige oude bewoners verhuisden of overleden en met nieuwe bewoners was steeds minder binding. Vroeger was het hier heel sociaal, we zaten vaak met z’n allen buiten en onderhielden de bloemperken samen. In die tijd werd er door het Patrimonium gekeken of nieuwe bewoners binnen de bewonersgroep pasten, maar dat stopte na verschillende overnames door woningcorporaties. Lukraak werden bewoners daarna geplaatst en dat klikte niet altijd, met sommigen hebben we best wat overlast gehad.” De meest recente bewoners zijn jongeren die niets anders kunnen vinden in de stad en hier op antikraakbasis wonen, vertelt ze. “De saamhorigheid van vroeger is er niet meer. Toch kijk ik met uitsluitend warme gevoelens terug op mijn tijd hier. Ik ben dankbaar dat we dat met elkaar mochten meemaken.” Op de vraag wat wonen in het Patrimonium’s Hof zo fijn maakt, is Loes kort: “de rust, absoluut de rust! Het is hier heerlijk stil. Als ik ‘s morgens wakker wordt dan hoor ik de vogels”. Ze pauzeert even. “Wonen hier was uniek. Mijn halve leven heb ik hier gewoond, dat is op zich al iets bijzonders.”