Open Monumenten dag Rotterdam
Mens & Monument

Han vertelt over zijn historie bij de Rotterdamsche Zeilvereeniging

Het thema van Open Monumentendag 2019 was 'Plekken van Plezier'. Han de Goederen vertelt over zijn historie bij en binding met de Rotterdamsche Zeilvereeniging en het clubgebouw.

Han vertelt over zijn historie bij de Rotterdamsche Zeilvereeniging

“Al 75 jaar kom ik regelmatig bij de Rotterdamsche Zeilvereeniging. Mijn vader liep hier al rond voor de oorlog en hielp de oude uitkijktoren bouwen. Tijdens de oorlog was het clubgebouw een officierssociëteit voor de Duitsers, leden van de vereniging waren er niet meer welkom. Na 5 mei 1945 mochten we er weer komen en ik stel me voor dat ik er toen voor het eerst kwam, in de kinderwagen.”

Elke zondagmiddag drink ik hier een borrel met vrienden die ik al 60 jaar ken

“Het clubgebouw vind ik prachtig. Het is een ontwerp van Van Tijen en was voor die tijd erg vernieuwend. Het gebogen dak was niet gangbaar en deskundigen zeiden dat het binnen een half jaar zou instorten. Ze hadden geen vertrouwen in de gelamineerde, gebogen spanten. Maar dat was in 1936, en het staat er nog steeds! De indeling van het gebouw was ook vernieuwend en geheel afgestemd op het zeilen, met beneden plek voor alle functionele zaken en boven alle ruimte voor de clubzaal. Hier drink je koffie en zie je de wedstrijden. Het is het mooiste uitzicht over de Plas.”

“Het torentje waaraan mijn vader werkte is nu eigenlijk een curiositeit en wordt niet meer functioneel gebruikt. Vroeger startten alle wedstrijden er, nu gebeurt dat sporadisch. We starten tegenwoordig bij het inmiddels gerestaureerde clubgebouw. Ikzelf organiseer wekelijks zeilwedstrijden en ben betrokken bij het wel en wee van de club. Het meest geniet ik ervan dat ik onderdeel ben van deze vereniging. Het is voor mij een vertrouwde plek. Op zondagmiddag ontmoet ik er vrienden die ik nog ken van de middelbare school, het Libanon Lyceum hier om de hoek. We drinken een borrel en voeren automatische gesprekken, we kennen elkaar immers al zestig jaar!”